5.2 Maatwerkvoorzieningen
Doelstelling: | ||||||||||||||||||||||||
Een veilige en vertrouwde plek voor alle kinderen, waar zij de hulp krijgen die zij verdienen. | ||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Jeugdwet
De ontwikkelingen die bij najaarsrapportage 2025 zijn aangegeven zijn nog steeds van toepassing.
Zo zijn wij ten aanzien van de uitvoering van de maatwerkvoorzieningen jeugd meer gaan werken
volgens de uitgangspunten van de landelijke Hervormingsagenda Jeugd (2023-2028) en de regiovisie
'Mei-inoar foar ús bern'. Onze inzet is gericht op het versterken van de eigen kracht van gezinnen, het normaliseren van opgroei- en opvoedvragen en het beheersbaar houden van de uitgaven door middel van passende zorg op de juiste plek. De koers die is ingezet, bevestigt dat de beweging naar het voorliggend veld (preventie en lichte hulp) essentieel is om maatwerkvoorzieningen beschikbaar te houden voor wie dat echt nodig heeft.
- Landelijk niveau
De onzekerheid over de inhoudelijke landelijke koers van de Jeugdwet is in 2026 deels weggenomen, maar financieel is er nog onduidelijkheid. De gesprekken tussen het Kabinet en de VNG hebben geleid tot concrete wetstrajecten. De focus ligt met de vraag ‘wat is nog jeugdhulp en wat is opvoedondersteuning?’ op normering van het aanbod door het versterken van de sociale en pedagogische basis, het wettelijk verankeren van de regionale samenwerking, maar ook op financiële beheersbaarheid.
- Provinciaal
Regiovisie Jeugd
Eind januari 2026 hebben de Friese gemeenten en Sociaal Domein Fryslân (SDF) een gezamenlijke start gemaakt met het concreet maken van de Fryske Regiovisie Jeugdhulp ten behoeve van de inkoop SJH en Wonen. Dit heeft geleid tot een verfijning en operationalisering van de uitgangspunten uit de Regiovisie tot de leidende principes voor de inkoop. De nieuwe inkoopstrategie Specialistische Jeugdhulp en Wonen zal op 1 januari 2028 ingaan. Het belangrijkste uitgangspunt is dat hulp aan kinderen en jongeren zo veel mogelijk in hun eigen vertrouwde omgeving moet plaatsvinden. Dit betekent dat gemeenten in de toekomst meer hulp lokaal gaan organiseren in plaats van dit gezamenlijk in de regio in te kopen. Voor specialistische jeugdhulp blijft de regionale inkoop bestaan.
Collectieve Jeugdhulp
Binnen het regionale speciaal onderwijs hebben we inmiddels een collectief jeugdhulp aanbod beschikbaar en zijn we betrokken (schoolbesturen en samenwerkingsverbanden primair en voortgezet onderwijs) bij inclusief onderwijs (lokaal en provinciaal). Daarnaast hebben we aanvullend op de provinciale inkoop een praktisch en laagdrempelig (collectief & individueel) aanbod gericht op jeugdigen met lichtere ondersteuningsvragen.
Het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming
In het programma Toekomstscenario werken we in Friesland binnen 3 verschillende actielijnen: Versterking Kind- en gezinsbeschermingsketen, Aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties en Versterking van de Friese gebiedsteams. Dit jaar zal binnen dit programma de pilot ‘Samen Stevig’ starten met twee Friese gemeenten. De bedoeling hiervan is om gezinnen eerder en gezamenlijk te ondersteunen wanneer er zorgen zijn over veiligheid.
Hervormingsagenda Jeugd
De landelijke Hervormingsagenda Jeugd stelt dat het jeugdstelsel alleen houdbaar blijft als we de instroom in de specialistische hulp beperken. Daartoe is extra inzet op de sociale en pedagogische basis en het sociaal wijkteam een randvoorwaarde. In De Fryske Marren geven we hier invulling aan door onder andere het bieden van collectieve jeugdhulp, de inzet van de ondersteuner Jeugd bij huisartsen, Kansrijke Start en het jongerenwerk.
- Lokaal
Ondersteuner Jeugd
Bij een groot deel van onze huisartsen is een wijkteammedewerker jeugd als Ondersteuner Jeugd, in de huisartsenpraktijk aanwezig. De Ondersteuner Jeugd geeft de huisarts inzicht op alles wat voorliggend is voor of onderdeel is van het Jeugdwet aanbod. Daarin spreekt deze Ondersteuner Jeugd veelal zelf met de jeugdige en ouders en geeft op basis daarvan advies aan de huisarts die de verwijzer is.
Kansrijke Start
De Kansrijke Start aanpak investeert in een goede samenwerking tussen het medisch en sociaal domein, binnen het sociaal domein en de aansluiting met het informeel domein, waarbij aandacht is voor het versterken van beschermende factoren en het zo vroeg mogelijk signaleren van kwetsbaarheden. De Kansrijke Start-middelen zijn structureel en blijven beschikbaar. De ketenaanpak Kansrijke Start is in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) benoemd als basisfunctionaliteit
De implementatie van Kansrijke Start is verankerd in onze lokale aanpak en richt zich op een gezonde en veilige start voor elk kind in De Fryske Marren. De coalitie Kansrijke Start De Fryske Marren bestaat uit een netwerk van professionals uit de gemeente, zoals verloskundigen, kraamzorg, de GGD, Humanitas, Vluchtelingenwerk, de gemeente, Sociaal Werk De Kear en het Sociaal Wijkteam
Jeugdhulpverordening
In januari is de nieuwe jeugdhulpverordening vastgesteld.
Outreachend jongerenwerk
Onlangs hebben we de inzet van het outreachend jongerenwerk, dat tot 1 juli 2026 liep, met een half jaar verlengd tot einde van dit jaar. De inzet op outreachend jongerenwerk is een directe uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd, namelijk de beweging naar ‘normaliseren en versterken van de sociale basis’.
De druk op jongeren is de afgelopen jaren groter geworden. Veel jongeren hebben mentale klachten of voelen zich eenzaam. Ook is er meer overlast in de openbare ruimte, zoals problematisch middelengebruik en spanningen rondom zorg en handhaving. In gemeente De Fryske Marren zien partners zoals politie en scholen ook dat steeds meer jongeren hulp nodig hebben en dat overlast toeneemt. Jongerenwerk speelt hierin een cruciale rol. Naast het bestaande jongerenwerk, zetten we extra in op outreachend jongerenwerk. Door laagdrempelig en zichtbaar aanwezig te zijn op straat, scholen en ontmoetingsplekken kunnen signalen vroegtijdig worden opgepakt, ontstaat vertrouwen en kunnen problemen worden besproken voordat ze escaleren naar zwaardere zorg of veiligheidsinterventies. Uitgangspunt is dat meer inzet op preventief jongerenwerk, problemen klein houdt en escalatie voorkomt. Daarnaast helpt het jongeren met problemen te zoeken naar oplossingen (zoals middelengebruik, leefstijl en mentale gezondheid).
Jeugdketen
De gemeente zet samen met partners in op een samenhangende aanpak binnen de jeugdketen, met aandacht voor preventie, veiligheid en een gezonde ontwikkeling van jongeren. We werken hierbij aan duidelijke afspraken, goede afstemming en gezamenlijke verantwoordelijkheid in de uitvoering. In 2026 vindt een gezamenlijke evaluatie van de aanpak binnen de jeugdketen plaats. Een van de acties dit jaar is het organiseren van een bijeenkomst voor keet- en perceeleigenaren en ouders. Met deze bijeenkomst informeren we hen over brandveiligheid en geldende wet- en regelgeving en betrekken we hen actief bij de uitvoering van het beleid.
Wmo
Inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo
De geplande herinvoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage voor de Wmo, die oorspronkelijk op 1 januari 2026 zou ingaan, werd door de val van het kabinet vorig jaar in eerste instantie controversieel verklaard. In de Voorjaarsnota 2026 heeft het kabinet recentelijk besloten de invoering van deze eigen bijdrage uit te stellen naar 1 januari 2028. Deze maatregel zou een positief effect hebben op de volumegroeibeheersing van de huishoudelijke ondersteuning. In 2026 en 2027 kijken we daarom naar andere maatregelen en afspraken met zorgaanbieders om de druk op deze voorziening te blijven beheersen. Van maatwerkvoorzieningen naar versterking van basisvoorzieningen. De gemeente zet nadrukkelijk in op een verschuiving van individuele maatwerkvoorzieningen naar het versterken en realiseren van toegankelijke basisvoorzieningen in wijken en dorpen. Ondersteuning wordt zo vroeg mogelijk en zo dicht mogelijk bij huis georganiseerd, met als doel dat inzet van specialistische en zwaardere maatwerkvoorzieningen aantoonbaar wordt verminderd of voorkomen waar dat kan. Deze werkwijze draagt bij aan passende ondersteuning en aan het beheersbaar houden van de kosten. Daarnaast zetten we in op het versterken van de doelmatigheid van de inzet van gemeenschappelijke middelen. Dit doen we door scherpere resultaatafspraken met aanbieders, het bevorderen van collectieve en lichtere vormen van ondersteuning waar mogelijk en het terugdringen van niet noodzakelijke zware of langdurige trajecten. We werken hierbij intensief samen met gecontracteerde zorgaanbieders, Sociaal Werk De Kear en andere maatschappelijke partners. In deze samenwerking ligt de nadruk op gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het realiseren van de transformatie, met ruimte voor innovatie en maatwerk binnen duidelijke kaders voor resultaat en kostenbeheersing.
Toekomst huishoudelijke ondersteuning
In het coalitieakkoord van de huidige kabinetscoalitie is het voornemen opgenomen om per 1 januari 2029 de hulp bij het huishouden uit de Wmo te halen. De uitwerking van dit rijksbeleid moet de komende jaren nog plaatsvinden en vormt een belangrijk aandachtspunt voor gemeenten.
Continuïteit dienstverlening Wmo en inkooptrajecten
In de loop van dit jaar en begin volgend jaar lopen de contracten voor hulp bij het huishouden, Wmo-hulpmiddelen en onafhankelijke cliëntondersteuning af. Ter waarborging van de continuïteit en kwaliteit van deze wettelijke taken bereidt de gemeente nieuwe inkooptrajecten voor. Deze trajecten bieden kansen om de strategische koers te vertalen naar concrete inkoopdoelen, de inzet op preventie te versterken en te sturen op een compacter zorglandschap met sterke, innovatieve aanbieders. Het inkooptraject voor Hulp bij het Huishouden bevindt zich in de gunningsfase, met contractering begin tweede kwartaal 2026 en implementatie vóór de nieuwe contractstart op 1 juli 2026. Voor de Onafhankelijke Cliëntondersteuning worden vóór 1 mei 2026 meerdere aanbieders gecontracteerd, waarmee de continuïteit en toegankelijkheid van deze voorziening worden geborgd. Door de groeiende vraag worden aanvullende afspraken gemaakt over doelmatigheid, kwaliteit en rapportage, zodat beter kan worden gestuurd op resultaten en inzet van middelen. Voor de Wmo-hulpmiddelen is de voorbereiding gestart; het traject wordt uiterlijk eind 2026 afgerond en de nieuwe contracten treden op 1 april 2027 in werking.
Beschermd Wonen in Fryslân
Op 1 januari 2026 zijn de nieuwe contracten van beschermd wonen ingegaan. Er zijn nieuwe producten vastgesteld die zowel inwoners intramuraal als ambulant kunnen ondersteunen. Bij het inkoopproces zijn nieuwe tarieven vastgesteld in verband met marktontwikkelingen. De nieuwe tarieven zullen een groter beroep doen op de budgetten voor beschermd wonen.
Toezicht op kwaliteit en doelmatigheid
De toezichthouder van de gemeente op kwaliteit en calamiteiten binnen de Wmo, GGD Fryslân, heeft aangegeven dat zij de toezichthoudende taken per 1 juni 2026 niet voortzetten. Om te blijven voldoen aan de wettelijke verplichtingen op het gebied van toezicht en handhaving, zijn we op zoek gegaan naar een opvolger voor deze functie. De voorbereidingen lopen op schema en we verwachten voor 1 juni 2026 een nieuwe toezichthouder te kunnen aanwijzen. De voorbereidingen om het beleid te actualiseren zijn gestart.
